Duurzame Bollenteelt Drenthe: wat vindt Meten=Weten? 

Vorige maand werd het project Duurzame Bollenteelt Drenthe afgesloten en het eindrapport gepubliceerd. Meten=Weten is kritisch op de resultaten. Aan de hand van acht vragen leggen we uit wat het project precies is en op welke punten onze kritiek zich toespitst. 

Wat is ‘Duurzame Bollenteelt Drenthe’ (DBD)? 

DBD was een driejarig programma van de provincie Drenthe en het Rijk om het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de lelieteelt te verminderen. Het project DBD bestond uit een reeks praktijkproeven, uitgevoerd door onderzoeksbureau HLB in Wijster in samenwerking met een aantal lelietelers.

Het doel van de proeven was “om te komen tot een meer duurzame lelieteelt met minimale milieu-impact.” Het is goed te beseffen dat ‘meer duurzaam’ niet hetzelfde is als ‘duurzaam’, net zo min als minder drinken niet hetzelfde is als nuchter blijven. Het begrip minimale milieu-impact werd niet concreet gemaakt.

Afbeelding 1: Het gebruik van het woord “duurzaam” in de naam van het project is ongepast en misleidend. 

Wie namen er deel aan DBD?

Naast de overheid bestonden de deelnemende partijen uit een agrarisch adviesbureau, drie leveranciers van pesticiden, LTO Noord en tien Drentse lelietelers. Omwonenden en natuurorganisaties zijn buiten de stuurgroep gehouden. Ook een onafhankelijk wetenschappelijk instituut ontbrak om te controleren of de juiste procedures en analyses gedaan zijn. 

Al met al opmerkelijk voor een gesubsidieerd overheidsproject dat tot doel heeft oplossing te vinden “voor de knelpunten van omwonenden bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door agrarische ondernemers”.

Wat voor praktijkproeven zijn er gedaan? 

In de proeven werd gekeken of lelies nog steeds goed groeien als je er minder vaak synthetische bestrijdingsmiddelen op toepast. Of als je andere middelen gebruikt die minder belastend zijn voor het milieu. Een voorbeeld is het mechanisch wieden van onkruid waardoor er minder onkruidbestrijder gebruikt hoeft te worden. Of in hoeverre sterkere lelierassen (cultivars) beter bestand zijn tegen schimmels zoals vuur. 

In 2021 zijn er 22 experimenten gedaan. Hoeveel proeven er in de andere jaren zijn gedaan weten we niet, deze informatie is niet gedeeld. Ook is onduidelijk hoe de experimenten zijn opgebouwd: welke rassen zijn gebruikt, hoe groot waren de percelen, wat was de uitgangssituatie, wat was de bolbehandeling, hoe was het weer, etcetera. Dat maakt het voor de buitenstaander heel lastig om het project te beoordelen.

Wat zijn de resultaten? 

Ook in het eindrapport blijft er veel onduidelijk. Dat komt doordat concrete en cruciale informatie over de resultaten ontbreekt. Drie opmerkingen hierover. 

  1. In het rapport spreekt men over vermindering van milieubelasting, zonder dat precies wordt aangegeven hoe hoog de milieuscores per proef zijn en welke middelen zijn gebruikt (in kg werkzame stof). De resultaten worden slechts als percentage weergegeven, wat ronkende getallen oplevert – 58% reductie – maar wetenschappelijk gezien betekenisloos is. De methodiek met milieubelastingspunten houdt overigens geen rekening met de menselijke gezondheid en is dus niet heiligmakend. Een stof als paraffineolie (Olie-H) bijvoorbeeld heeft weliswaar een lage milieubelasting in de methodiek maar is kankerverwekkend en door het RIVM aangemerkt als Zeer Zorgwekkende Stof. 

  2. Het is onbekend in hoeverre deze praktijkproeven gaan leiden tot een duurzamere lelieteelt. Het onderzoek is namelijk een pilot: de verkregen kennis en verbeterde teeltmethoden hoeven niet door de telers te worden overgenomen. Minder milieubelasting in de totale teelt is totaal vrijblijvend. Individuele telers zijn vrij om eigen keuzes te maken en bijvoorbeeld economische motieven zwaarder te laten wegen dan milieu-impact. Een voorbeeld is de keuze voor sterkere rassen (cultivars). Die vereisen minder chemie maar zijn wellicht duurder in aanschaf of er is geen vraag naar. Zolang dit probleem niet wordt opgelost is elke poging om de teelt te verduurzamen zinloos. 

  3. Zelfs áls telers de nieuwe kennis en werkwijzes zouden overnemen, dan nóg maakt dat de lelieteelt niet onschuldig. Lelieteelt heeft momenteel een milieubelasting van circa 20.000 MBP (milieubelastingspunten) per hectare (bron). Zelfs als dit door onderzoek substantieel naar beneden wordt gebracht, bijvoorbeeld met 60%, dan blijft er nog steeds 8000 MBP per hectare over, wat uitzonderlijk hoog is. Ter vergelijk, voor reguliere akkerbouw is het gemiddelde 1700 MBP en voor melkveehouderij minder dan 200 MBP. Anders gezegd blijft lelieteelt zelfs mét verbetering qua milieubelasting nog minstens 40x hoger scoren dan melkveehouderij. In de gangbare lelieteelt is het verschil uiteraard nog groter (100x).
Afbeelding 2: DBD kende een hoog gehalte aan wensdenken. Dia uit de presentatie van Janny Peltjes (directeur HLB) op de slotbijeenkomst DBD, 6 juni 2025 in Wijster.

Is DBD een project voor de bühne? 

Misschien niet voor de volle 100%, maar zeker wel deels. Want hoewel er op papier mooie technische vooruitgang wordt geboekt, blijven de zorgen rondom sierteelt en het gebruik van bestrijdingsmiddelen bestaan. Ook dit jaar staan er weer volop lelies rondom kwetsbare gebieden, met wekelijkse bespuitingen. Wat er in de veldspuit zit is voor niemand in te zien. Het bedrijfsbelang regeert: gezondheid, welzijn en natuur hebben het nakijken. 

Met DBD wekt de provincie de indruk dat men voortvarend aan de slag is met het onderwerp bestrijdingsmiddelen en zich op wetenschap en feiten baseert. Maar wie voorbij de mooie plaatjes in het rapport kijkt, merkt dat er bijzonder weinig feiten in staan en dat borging ontbreekt. Samenwerking vindt enkel plaats met partijen uit de agrarische en agro-chemische sector. 

De communicatie van DBD is sterk gericht op een positief verhaal, in een poging de zorgen van omwonenden en natuurbeschermers te sussen. Alsof de zorgen van omwonenden voortkomen uit onwetendheid. Citaat uit het eindrapport: 

“Binnen het driejarige programma Duurzame Bollenteelt Drenthe is actief gezocht naar manieren om knelpunten tussen bollentelers en omwonenden bespreekbaar te maken en te verkleinen. De kern van deze aanpak ligt in open communicatie, transparantie en het delen van kennis.”

Dit is allang achterhaald: de belangen van telers en omwonenden zijn fundamenteel anders en dat los je niet op met communicatie of betere voorlichting.

Waarom heeft de overheid dan toch besloten voor DBD?

Wij hebben de indruk dat DBD een afleiding was om maar geen échte maatregelen te hoeven nemen, zoals zonering. Bij kritische vragen kunnen verantwoordelijke bestuurders verwijzen naar het onderzoek en de daarmee de indruk wekken dat er aan een oplossing gewerkt wordt.

Terwijl de problemen misschien alleen maar erger worden. Wij denken hierbij aan veehouders die worden uitgekocht vanwege stikstof, waarna hun grond verpacht wordt aan de hoogste bieder: vaak een bollenteler. Laat die percelen ook precies rondom kwetsbare Natura 2000-gebieden liggen!

Afbeelding 3: Lelietelers betalen hoge pachtprijzen voor grond en duwen “gewone” akkerbouwers uit de markt. 

Als ze zou willen heeft de overheid voldoende instrumenten tot haar beschikking om de vervuilende bollenteeltsector te laten verduurzamen, die bovendien minder vrijblijvend zijn. Of zoals de Noordelijke Rekenkamer schreef in 2024:

De provincie maakt (vrijwel) geen gebruik van ruimtelijke instrumenten om eventuele schadelijke effecten van bollenteelt te verminderen. Zij voert vooralsnog geen regie op de vraag waar zij intensieve teelten zoals bollenteelt toestaat en waar niet. Ook stelt zij geen spuit- of teeltvrije zones in tussen agrarische gronden en gevoelige functies.”

De overheid heeft wettelijk gezien de plicht om de gezondheid van burgers te beschermen, evenals de kwaliteit van het oppervlaktewater, het grondwater en Natura 2000-gebieden. Hier hamert onze vereniging ook altijd op, in onze politieke acties en juridische procedures. 

Hoe ziet een werkelijk duurzame lelieteelt eruit? 

Veel mensen vragen zich af of duurzame bollenteelt überhaupt ooit mogelijk is. Hoe moeten we het begrip ‘duurzaam’ eigenlijk uitleggen? 

Een gangbare uitleg van het woord ‘duurzaam’ is ‘volhoudbaar’. Met andere woorden: je kunt een activiteit duizenden jaren volhouden zonder dat het tot vervuiling leidt, andere achteruitgang in ecosystemen of sociale problemen. Niet alleen pesticiden spelen hierin een rol, maar ook aspecten zoals grondwateronttrekking, drainage, welke teelt er verdrongen wordt of waar het eindproduct naartoe gaat en op welke manier. Het moge duidelijk zijn dat het telen van bloembollen bij lange na niet het predicaat ‘duurzaam’ verdient. 

DBD was onderdeel van het landelijke uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030. In dit programma streeft men naar een teeltwijze waarbij in de regel niet gespoten wordt, maar gewerkt wordt met weerbare soorten op een gezonde bodem en met natuurlijke bestrijding. Slechts bij hoge uitzondering worden chemische middelen ingezet. De paradigmaverandering die daarvoor nodig is, ontbreekt echter binnen DBD. Over de enige volledig biologische proef vraagt men zich af “of het wenselijk is dat chemievrije lelieteelt plaats gaat vinden” vanwege de financiële kosten. Een ander perspectief dan die van de teler ontbreekt. Het eindrapport schrijft verder: “de bollenteelt [blijft] in veel gevallen afhankelijk van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen.” Het doel van de toekomstvisie 2030 blijft ver uit zicht. 

Conclusie: wat vindt Meten=Weten?

Meten=Weten vindt het in principe positief dat er experimenten plaatsvinden om op een meer verantwoorde manier bloembollen te telen. Maar dan wel goed, controleerbaar en zonder misleidende marketing. Het eindrapport DBD zegt ons eigenlijk niets, omdat de onderzoeksopzet ontbreekt en er geen concrete getallen worden genoemd. De doelstellingen van het project lijken ook niet gehaald te zijn, zowel op het gebied van middelengebruik (Toekomstvisie 2030) als op het gebied van knelpunten met omwonenden.

Gezien de urgentie van de vervuiling door bestrijdingsmiddelen vinden wij dat de overheid normerend moet optreden. Uiteindelijk is de intensieve lelieteelt een vraagstuk van ruimtelijke ordening – “niet alles kan overal”.  Dit standpunt hebben we van begin af aan uitgedragen en dat doen we nu weer. 

Bovendien dient de overheid zich aan haar eigen wetten te houden. De Raad van State-uitspraak van 2 april is duidelijk: het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in natuurvergunningsplichtig. Wij roepen op tot een sterke afbouw in het gebruik van bestrijdingsmiddelen, waarbij men begint met de stoffen die zich het makkelijkst verspreiden.

Met het vervolgproject Drentse Lelie gaat de provincie Drenthe weer veel geld steken in de lelieteelt (€750.000). Wij vinden dit moeilijk te begrijpen, want ook in dit project zijn weinig concrete doelen of afrekenbare resultaten benoemd. Lees hier onze brief van 6 januari 2025. 

De Noordelijke Rekenkamer schreef:

Doordat de provincie nagenoeg onbeperkt ruimte biedt aan bollenteelt, wegen in Drenthe de belangen van telers in de praktijk zwaarder dan het belang van een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier.”

Ons werk gaat door.

Vergelijkbare berichten